"Mama, mama, mama" - waarom roepen kinderen toch zo vaak "mama"?

Gepubliceerd op 26 augustus 2021 om 12:52

"Mama, mama, mama!!" Op sommige dagen hoor ik dit woord wel 30 keer per uur. Het drijft me regelmatig tot waanzin. Iedere keer als ik snel even het huishouden wil doen, begint onze kleuter mij te roepen. Wat ik ook zeg- " mama is aan het opruimen, ga jij maar even zelf spelen" - " mama kan nu niet met je spelen, je moet even zelf spelen", het helpt geen fluit. Waarom dit niet werkt, en waarom je hier juist het tegenovergestelde mee bereikt, dat lees je in dit artikel. Om een tipje van de sluier op te lichten: kinderen willen erbij horen en niet afgescheiden van jou ronddwalen in hun kinderwereld.

 

Als oudercoach geloof ik dat gedrag van kinderen dat door de ouder als probleem wordt ervaren, een uitdaging van de ouder weerspiegelt. Niet het kind moet veranderen, maar de ouder. En dus ging ik bij mijzelf te rade: wat spiegelt mijn zoon mij door mij continu te roepen? Ben ik niet aanwezig? Ligt het aan mijn taalgebruik? Maar ik kwam maar niet tot inzicht. Tot ik het boek Verzamelen, jagen en opvoeden van Michaeleen Doucleff las. Daar ontdekte ik wat de echte oorzaak is van deze onophoudelijke lokroep van mijn kuiken. 

 

In onze westerse maatschappij hebben wij een kinderwereld en een volwassenen-wereld gecreëerd. In het boek legt de schrijfster uit hoe weird en vooral problematisch dit eigenlijk is. De kinderwereld bestaat uit bergen speelgoed, kindervermaak, kinderfilmpjes op Netflix, kortom dingen waarvan we vurig hopen dat het onze kinderen zich vermaken maar waar wij zelf liever niet aan deelnemen. De volwassenen-wereld bestaat uit onze banen, het huishouden, klussen, boodschappen doen, gesprekken met vrienden; dingen waarvan we dénken dat onze kinderen geen deel uit kunnen maken.

 

Deze splitsing van werelden is tegen het verlangen van het kind in. Kinderen zijn van nature geïnteresseerd in dingen die volwassenen doen. Zij observeren onze handelingen vanaf geboorte af aan. En zodra ze beginnen te lopen, proberen de kleine mensjes met ons mee te doen. De peuter die ook met de stoffer en blik wil helpen, de dreumes die probeert de was op te vouwen. Elke ouder zal dit herkennen en in het begin vertederd gade slaan.

 

De meeste volwassenen, waaronder ook ik, haken op een gegeven moment af. Het gaat allemaal niet snel genoeg, niet goed genoeg, er is haast, haast en nog eens haast. We hebben geen geduld voor de onhandige pogingen waarbij vaak meer rommel gemaakt wordt dan dat het echt meehelpt. Ongetwijfeld heeft dit ook te maken met onze drukke levens. Want tja, als je om 6 uur thuis komt met 2 oververmoeide kinderen, welke ouder laat zijn kroost dan nog meehelpen om komkommer te snijden of in de pan te roeren? Nee hoor, in plaats daarvan knal ook ik de tv aan zodat mama even snel, en vooral ongestoord kan koken.

 

Met deze kinderbubbel creëren we echter onze eigen opvoedproblemen, met kinderen die niet mee willen werken, driftbuien hebben, dwars liggen om het minste of geringste. Iedere keer als er iets MOET gebeuren en we onze kinderen  uit de kinderwereld naar de volwassenen-wereld trekken, vertonen (kleine) kinderen " vervelend gedrag". Ze zijn geen onderdeel van onze dagelijkse flow. Ze worden steeds heen en weer geduwd wanneer wij dat nodig vinden. Helemaal niet gek toch dat je daar vervelend van wordt?

 

De schrijfster van het boek Jagen, verzamelen, opvoeden bezoekt inheemse culturen waar deze problemen niet bestaan. Bij deze culturen bestaat er geen afgescheiden kinderwereld. Er is slecht één dagelijks leven waar kinderen altijd welkom zijn. En natuurlijk spelen deze kinderen ook, maar ze zijn vrij om naar gelang hun behoefte de volwassenen-wereld binnen te treden en te helpen. Niet vanuit straf of beloning maar vanuit een intrinsieke motivatie. Het is een verlangen erbij te horen, deel uit te maken van het team, het gezin, de stam. Het is het verlangen dat al aanwezig is bij de geboorte van een kind, en dat van levensbelang is. Door liefdevol en met veel geduld dit verlangen te erkennen en het kind alle ruimte te geven om mee te doen en te oefenen, groeien deze kinderen op tot behulpzame kinderen. Kinderen die zich gewaardeerd voelen om hun onhandige bijdrage, en die zich verbonden voelen.

 

Maar wat heeft dit allemaal te maken met de onophoudelijke lokroep van mijn zoon? Sinds een tijdje pas ik de inheemse aanpak toe: ik nodig mijn zoon uit mee te helpen met mijn dagelijkse klussen die ik doe. In plaats van alles in mijn eentje te doen - afgesloten in mijn volwassen bubbel, hopend dat hij mij met rust laat- vraag ik hem " wil je me helpen met tafeldekken, koken, de was op te vouwen etc?" Of ik vraag hem een klein klusje te doen: "wil je de tafel afnemen?"

 

Negen van de tien keer roept hij " NEE!" op mijn uitnodigingen mij te helpen. Zoals de schrijfster adviseert in haar boek reageer ik verder niet op een afwijzing, ik laat hem gaan. Hij is deze aanpak immers nog niet gewend. Er is geduld en tijd nodig om je kind te laten wennen aan deze nieuwe situatie. Als hij echter "Ja" zegt, geef ik hem alle vrijheid en vertrouwen om de taak zo uit te voeren zoals hij dat zelf wil. Hiermee hoop ik hem op te voeden tot een behulpzaam kind.

 

Maar wat ik helemaal niet had verwacht, is dat de roep van onze zoon is stiller is geworden. Hij hoeft mij niet meer zo vaak te roepen omdat hij nu vaker deel uitmaakt van mijn wereld. Naast het uitnodigen in woorden, heb ik me echt oprecht opengesteld voor zijn hulp en zijn aanwezigheid. Ik verkeer niet meer de hele tijd in mijn eigen volwassenen-bubbel. Ik duw hem niet meer met alle macht (en energie) terug naar zijn kinderwereld. Ik laat hem toe in mijn flow. Het knulletje wil bij mij zijn. deel uitmaken van mijn wereld, de verbondenheid voelen. Hoe vertederend en bovenal hoe rustig is dat voor beide. Het kost mij minder energie om hem toe te laten en mij te laten helpen, dan wanneer ik met alle macht probeer voor elkaar te krijgen dat hij mij rustig mijn werk laat doen en zelf gaat spelen. Juist door hem uit te nodigen, gaat hij zijn eigen gang! 

 

Wil je hier zelf mee aan de slag? Enkele tips:

  • Stel jezelf open voor de ideeën, de wijsheid en de hulp van je kind. Hoe klein hij/zij ook is.
  • Laat daarbij je eigen perfectionisme los. Je kan altijd nog later iets bijwerken (of niet ;-))
  • Vertrouw erop dat als je je kind toelaat, dat hij of zij op een gegeven moment juist ook weer wegfladdert naar zijn eigen bezigheden en spel.
  • Nodig je kind een aantal keer per dag uit. Bijvoorbeeld 4 keer. Reageer niet afkeurend als het niet wil.
  • Maar vooral: stel jezelf op energetisch niveau open voor je kind.

«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.